Tijdens het congres van de VSG op 27 en 28 november 2008 presenteerde Stephen Seiler zijn onderzoek bij nederlandse schaatsers. De uitkomsten van dit onderzoek zet meer vraagtekens bij het gebruik van intense trainingssessies bij freediving.
Wanneer we willen trainen met een bepaald doel in het voor uitzicht, is het belangrijk om een idee to vormen hoe deze training vorm moet hebben. Net zoals bij freediving, werd bij veel sporten het idee gebruikt dat veel en hoge intensiteit uiteindelijk tot de beste prestaties aanleiding gaven. Uit onderzoek in de jaren '90 werden vervolgens bij hardlopen aanwijzingen gevonden dat sporten op hoge intensiteit minder oplevert dan lage intensiteit bij prestatie inspanningen.
In de presentatie en samenvatting legt Seiler uit hoe hij deze theorie verder uitwerkte bij een groep schaatsers. Hij deed uiteindelijk de ontdekking dat de combinatie van piekhartslag en de impressie van de atleet, adequaat aangeeft hoe zwaar de inspanning is. Lactaatmetingen kunnen wel verder helpen, maar een enkele meting is onvoldoende. Verder bevestigde hij in het onderzoek dat zowel hoge als middel hoge intensiteit training inferieur is aan laag intensiteit training, wanneer er getraind wordt voor wedstrijden. Aanvullende meetmethoden zoals hartslagvariabiliteit, hormonen en cytologie lijken niet praktisch te kunnen bijdragen bij het vaststellen van het beste trainingsprogramma.
De uitkomsten van het onderzoek van Seiler zullen verwerkt worden in het project tot de ontwikkeling van onderbouwde trainingstabellen op deze site.


